Neem een grote wok of brede soeppot, warm er de vetstof in op en begin er de grofgesneden sjalot in aan te stoven.
Rasp er de gemberwortel over en snijd er de chilipeper in.
Kneus de citroengrasstengels en voeg toe (halveer indien kortere stukken makkelijker werken)
Ondertussen schil je de butternut niet, maar verwijder wel de zaadjes. Snijd in stukken en laat mee aanstoven (dus koken en snijwerk tegelijk = flink wat tijd uitgespaard in de keuken dus sneller aan tafel).
Laat een 10 tal minuten stoven totdat sjalot en butternut wat begint te bruinen.
Ondertussen kan je de champignons in stukken snijden (halveren of in 4), je vis in stukken snijden en je garnering fijn snijden.
Overgiet de gestoofde pompoenstukken met de bouillon, voeg de champignons toe, een scheutje vissaus en breng aan de kook.
Giet er dan de kokosmelk bij en laat zeer zachtjes pruttelen (een 8tal minuten, totdat zowel pompoen als champignons gegaard zijn) zonder deksel (dus niet volle bak koken want dan schift de kokosmelk).
Haal de citroengrasstengels weer uit de wok of soeppot.
Pureer je butternutsoep met een staafmixer, proef en breng verder op smaak met peper en vissaus of zeezout.
Breng weer net aan de kook, draai het vuur uit of zet zo laag mogelijk en pocheer er je garnalen of vis in (tot de garnalen roos kleuren of de kabeljauw wit kleurt).
Garneer met de verse, fijngesneden groene tuinkruiden en een stuk limoen of citroen.