Neem een grote kom, voeg olijfolie, limoensap van een halve limoen, kerriepoeder, peper en zeezout toe en roer met een lepel goed door elkaar.
Snijd de vis in grote stukken en werk voorzichtig door de marinade.
Doe de rijstbuiltjes in kokende bouillon en kook net zolang als op de verpakking staat.
Neem een stoofpot met dikke bodem en verwarm er olijfolie in. Voor de meeste smaak voeg je nu het kerriepoeder toe.
Van zodra het kerriearoma vrijkomt, snipper je de ui fijn en begin aan te stoven. Sandra voegt nu al fijngesnipperd knoflook toe: wie niet zo ervaren in de keuken is, voegt deze best later toe wanneer de ui glazig gestoofd is:
zo ben je zeker dat de knoflook niet gaat verbranden moest je vuur te hoog staan tijdens het aanstoven.
Voeg de in stukjes gesneden prei toe en stoof mee aan.
Rasp er de verse gemberwortel over, voeg de in halve maantjes gesneden tomaten toe en de 70 gram tomatenpuree (Sandra voegde hier pas het kerriepoeder toe: gaat natuurlijk ook, maar geeft net iets minder smaak af dan wanneer je zoals in India de kerriekruiden mee aanstooft in olie).
Kruid verder met peper en zeezout en voeg ook wat fijngesneden verse koriander toe.
Overgiet met kokosmelk uit blik en laat enkele minuutjes zacht pruttelen.
Voeg de gemarineerde visstukken toe, meng voorzichtig door de currysaus, voeg de rest van het limoensap toe en laat de vis enkele minuten garen onder deksel.
Sandra Bekkari serveert haar viscurry met rijst en een extra blaadje verse koriander. Ook mooi en lekker zijn fijngesneden rode peperschijfjes en fijngesnipperde bieslook.